|
Tentoonstelling De Jordaancultuur
|
Ook u - allen die de Jordaan een warm hart toe dragen - kunt komen genieten van de foto's en verhalen.
Dagelijks - gratis - toegankelijk van 10.00 - 17.00 uur.
De tentoonstelling gaat over uiteenlopende onderwerpen. Over de oproeren die in de Jordaan plaatsvonden (dus ook over het Palingoproer!). Over het leven op straat, in cafés en in buurtwinkels.
En, over hartstochten, armoede, vertwijfeling en verzet. Maar ook over de vele revues en theaters van begin twintigste eeuw, de artiesten die daar optraden
en de vele schrijvers en zangers.
De schrijver lsrael Querido kreeg een speciale plek te midden van Mina de Mop, Kee Spek, Marie Kliek, Mooie Karel en al die vrouwen en mannen
die begin twintigste eeuw model hebben gestaan voor de personages in zijn boeken.
De vier boeken die Querido over de Jordaan schreef waren immens populair en werden door Herman Bouber bewerkt tot een revue.
Annie Verhulst vertolkte Nel Scheendert, en kunstenaar Jan Sluyters schilderde een affiche.
Speciaal voor deze tentoonstelling tekende Anke Louwerse portretten en maakte Theo
Uytenhaak foto portretten.
Rondleidingen
Vanaf zaterdag 3 maart is er weer iedere zaterdagmiddag om 14.00 uur een rondleiding bij de tentoonstelling,
met aansluitend een wandeling langs locaties in de wijk. Totale duur 2 uur.
Kosten: € 8.- per persoon.
Stadspas: € 6,- per persoon
Reserveren is wenselijk:
pr-wilma@jordaanmuseum.nl
U kunt zich in februari wel melden met een groep. Dan zijn ook andere dagen en tijdstippen mogelijk.
Kosten minimaal € 48,- .
Informeert u gerust
020-624 4695 of 06 40 227 265
info@jordaanmuseum.nl
Adres:
De Rietvinck, Vinkenstraat 185
Openbaar vervoer:
Buslijnen 18 en 22, tramlijn 3,
haltes Haarlemmerplein
Lees de 11 gepubliceerde recensies
Jordaanmuseum in de pers.
|
|

Annie Verhulst speelde in 1929 Corry Scheendert in
De Jordaan,
een toneelbewerking door Herman Bouber van Is. Querido’s
epos De Jordaan.
Schilderij door Jack Hamel (1890-1951) Coll. Theater Instituut Nederland
Tekst affiche Paul Mertz, ontwerp Titus Swart
De tentoonstelling werd financieel mogelijk gemaakt door:
|
|
Foto's van Theo Uytenhaak zijn met verhalen van geportretteerden tentoongesteld.
Annie Hogendorp-Zurburg, geboren 4 januari 1923
Wij zijn in gezelligheid geboren, maar wel met veel verdriet ertussen.
Ik ben geboren op een zolder in de Palmdwarsstraat. Wij hebben ook gewoond
in de Palmstraat en op de Palmgracht. Ik heb heel fijne, zorgzame ouders gehad.
Mijn opa had een winkel met ijs en snoep. De ijswinkel van Smit was ook in
de Palmstraat. De Smitjes speelden harmonica met Rita Corita d’r man.
In onze buurt, tussen de Palmgracht en de Westerstraat, waren een heleboel winkels.
Daar hadden wij een rijmpje op: hoeden en petten/ en damescorsetten/ pillen
om te poepen/ en drop om te snoepen. Er was ook een kaaswinkel en er waren
drie slagers: Fontijn - ik geloof dat dat een Joodse slager was, het Vette Varken
en Louman. Louman is er nog steeds. Arie de Kippenboer is ook nog van vroeger.
| |
Annie Elderenbosch-Wuurman, geboren 23 augustus 1927
Ik kom oorspronkelijk van de Lindengracht. Mijn moeder maakte kantoren en kerken schoon
en mijn vader werkte bij de Nekaf. Hij maakte elektroden waarmee gelast werd. Ik heb
een goede jeugd gehad, een ontzettend goede moeder en vader, die hard werkten.
Wij rolschaatsten in de Willemsstraat, op de Lindengracht en in de Van Hogendorpstraat.
Na de oorlog dansten wij de rock’n roll bij De Draaitafel op de Lindengracht.
Mijn zusje en ik hebben op straat leren dansen. We hadden geen vaste danspartner,
je danste met mekaar. In 1950 trouwde ik. Met mijn man ben ik overal naar toe geweest,
met hem verveelde ik me ook niet.
| |
Mijntje Warnawa–Derlagen, geboren 23 februari 1928
Mijn moeder had samen met nog een vrouw de leiding van de Vrouwenclub
van de Lindengracht. Daar waren vrouwen lid van, die een winkel hadden
of op de markt stonden: Ouwe Door Cruyff, Marie Landstein, Jans Rijnpolt,
Coba Hieselaar, Greet Karseboom, Kee Seur, Aal Bambergen, Stein Koevoet,
Marie Pelser, Bet Uriot, Stein Kallenbach, Anne Bik, en nog meer.
Bijna alle vrouwen waren lid van die club. Ik kende ze allemaal. Iedereen
werd met ‘tante en ome’ aangesproken. Het was één grote familie. Ze hadden
feestjes, vormden een visclub en verkochten mosselen tijdens het Jordaanfestival.
Drie keer per jaar gingen ze ‘s zomers een daggie naar buiten.
Het was een prachtige tijd!
|
|
|