Jordaanoproer 1934, 75 jaar geleden
Herdenking zaterdagavond 4 juli 2009 Noordermarkt
Begin juli 1934 waren de weersverwachtingen goed. Het was warm en het zou nog warmer worden.
Er hing een broeierige sfeer in de Jordaan toen daar op de woensdagavond van 4de juli barricaden
werden opgeworpen.
De steunverlaging met gemiddeld 10%, ingaande 1 juli 1934, was de druppel die de emmer van
armoede, ellende en vernedering had doen overlopen.
Gezinnen met één of meer werklozen hadden het extra zwaar. Bovendien moesten werklozen
twee keer per dag gaan stempelen.
Op wanhoop stapelde zich vernedering.
Kinderen van uitkeringstrekkers droegen sokken van de steun. Daarin was een rode draad geweven,
zodat iedereen kon zien dat je het kind van een steuntrekker was.
Controleurs kwamen bij je thuis en trokken de kasten open: Zou daar iets te vinden zijn om
te korten op de steun? De aanvechting om zo'n controleur de trap af te lazeren, kon niet
iedereen weerstaan.
In de Jordaan en in andere arbeidersbuurten kwamen mensen in opstand.
In de avond van 4 juli werden barricaden opgeworpen. Het kostte politie en militairen een week
om te paard, met blanke sabel en karabijn, met getrokken pistool, in motoren met zijspan,
vanuit open laadbakken en met pantserwagens het oproer neer te slaan. De straten werden
letterlijk leeggeschoten.
|

Willemsstraat, bij Tweede Goudsbloemdwarsstraat,
gezien richting Marnixstraat.
Foto: Stadsarchief Amsterdam.
| |

Hoek Palmdwarsstraat Palmstraat. Gezien richting
Palmgracht,
hoek Driehoekstraat
Foto: Het Leven, 10 juli 1934. Collectie Jordaanmuseum.
|
|
Miep Brouwer (geb. 1924):
Miep Brouwer woonde met haar ouders en oudere broertje achter hun Café Brouwer,
Goudsbloemstraat 91: Ze hadden allemaal stenen opgestapeld. Op de Willemsstraat
en in de dwarsstraten werd gevochten. We moesten binnen blijven. Moeder was bang dat wij toch
de straat op zouden gaan en dat er wat met ons zou gebeuren.
Lucebert:
Het gezin Swaanswijk woonde ook in een te kleine woning, drie-hoog op de hoek van de
Westerstraat en Lijnbaansgracht. Bertus Swaanswijk (1924-1994), bekend geworden onder de
naam Lucebert, vertelde in 1978 aan Jan Brokken van De Haagse Post:'s Avonds was de sfeer
luguber. Lag je in bed. Reden de politiewagens met brommende motoren en schijnwerpers langs.
Lichtbundels gleden langs het behang. Dat had iets angstaanjagends.
Een taxichauffer op Palmgracht, 82 jaar oud (De oudste nog actieve taxichauffeur in Amsterdam):
Colijn is de grootste boef die we ooit hebben gehad. De vrouw van Colijn zei dat je de graten
van de vis niet weg moest gooien want je kon daar heerlijke vissoep van maken.
Op de Lindengracht kon je klompen halen en in de Van Reigersbergenstraat kleren.
Op vertoon van een briefie kreeg je daar sokken met een rode draad erin, dat ze konden zien
dat ze van de bedeling waren.
Het is wel heftig geweest wat ik van mijn vader en moeder hoorde. Mijn vader was werkloos.
De hele Jordaan was werkloos, en zeker de Tuinstraat. Op straat werd gevochten.
Ik zat achter het raam. De overburen gooiden kachels, bedden, dakpannen en stenen naar beneden.
Mijn vader was communist in hart en nieren maar mijn moeder wou niet dat hij meedeed want
ze was hoogzwanger.
Op donderdag 5 juli haalden de Jordaners twee bruggen op. De Noord-Jordaan was nu een vesting.
Militairen en marechaussee werden ingezet. Met getrokken geweren en pistolen trokken zij de
wijk in. Pantserwagens reden door de straten. Er werden charges uitgevoerd en er werd geroepen:
'Ramen en deuren dicht of ik schiet!'
Maarten de Bruin, geboren 2 januari 1926:
Mijn vader was 10 jaar werkloos. Hij was militair geweest. Daarna kreeg hij een baan bij de
politie aangeboden maar hij kon ook cipier worden. Dat weigerde hij want hij was communist.
Toen moest hij aan de Bosbaan werken. Vijftien gulden per week met vijf kinderen.
De huur was toen 2 gulden of 2,50.
We droegen kleren van de gemeente. Schoenen met een gaatje erin en een cape.
Aan je kleren konden ze zien dat je vader werkloos was.
Thuis was ik de rebel. Dat dwarse zit nog steeds in mijn karakter.
Ik kwam altijd met eten thuis. Dat jatte ik. Op het Haarlemmerplein stal ik het roggebrood
uit de ruiven van de paarden.
De een heb weelde en de ander is de dupe. Dat blijft altijd moeilijk.
Toen hoorde ik dat er oproer was. Wij woonden in de Houtrijkstraat en ik ging net als veel
anderen uit de buurt lopend naar de Jordaan.
De bruggen werden opengedraaid, zodat de bereden politie niet verder kon.
Met 2 man hebben we aan die slinger gedraaid om de brug bij de Willemsstraat open te krijgen.
Met wie ik daar heb staan draaien, weet ik niet. Iedereen hielp enthousiast mee.
De politie voerde charges uit. Iedereen vluchtte alle kanten uit.
Toen hebben ze die foto's gemaakt voor Het Leven.

Mijntje Warnawa-Derlagen (geb. 1928):
Mijntje Warnawa woonde in de Goudsbloemstraat op nummer 55, 2 hoog:
Aan de overkant woonde Leibrand boven zijn karrenloods, vertelt ze. Hij was niet thuis,
maar had zijn radio aan gelaten en een raampje open gezet. De marechaussee riep dat hij zijn
ramen dicht moest doen, maar hij was er dus niet. Toen hebben ze op dat huis geschoten. Ze
schoten zo door de straat.
In de Goudsbloemstraat hingen de straatlampen aan kabels. Er waren kastjes, en als je die
openmaakte kon je de kabels waar die lampen aan hingen naar beneden draaien. Ze hebben die
kastjes opengemaakt en die lampen omlaag gedaan. 's Avonds brandden die lampen niet, het was
donker. Toen kwam de marechaussee aanrijden op motoren met zijspan. Ze vlogen zo tegen die
kabels aan. Er kwamen hele inmaakpotten en bloempotten naar beneden. Dat was me een toestand,
hoor. Wij waren nog jong, wij dachten: Het is oorlog!
Trijntje de Vries (geb. 1925):
Het gezin De Vries woonde op Palmstraat 77 in een halve woning: vader, moeder en vijf kinderen.
Nóg hoort Trijntje de Vries (geb. 1925) haar moeder Heintje roepen: Weg bij het raam, ze
schieten! De volgende dag riep een buurvrouw: 'Jan is doodgeschoten'. Jan was de vader van
Trijntje. Maar het viel mee: op de Palmgracht was hij geraakt door een sabel van de bereden
politie. Die had een charge vanaf de Lijnbaansgracht uitgevoerd. De sabelhouw was op zijn
borst terecht gekomen. In zijn binnenzak had zijn stempelboekje gezeten, en dat gehate boekje
was nu zijn redding.
|

Tijdens het oproer vielen er 6 doden.
Waarschijnlijk ligt hier de zevenentwintigjarige J.A. Gerressen. Hij werd
op donderdag 5 juli doodgeschoten op de Lindengracht.
Gerressen, wonende Marnixstraat 153, 1 hoog, was lid van de Onafhankelijke Socialistische Partij
(een afsplitsing van de SDAP).
Foto: Het Leven, 10 juli 1934. Collectie Jordaanmuseum.
| |

Burgemeester Van der Vlugt liet op vrijdag 6 juli 1934 aan alle politiebureaus
een order verspreiden om aan het Hoofdbureau de namen op te
geven van hen, die op heterdaad waren betrapt bij het plegen van verzet.
Hij wilde laten nagaan of de betreffende oproerkraaier een stempelaar was.
Als dat het geval was zou zijn uitkering voorlopig worden stopgezet.
Foto: Het Leven, 10 juli 1934. Collectie Jordaanmuseum.
|
|
Tante Bep Barends-Nuberg, geboren in 1921, intussen overleden:
D'r kwamen 8 of 10 marechaussees op paarden uit de Dommerstraat en die gingen de Vinkenstraat in.
Er was helemaal niks aan de hand, maar ze riepen: 'Alle ramen en deuren dicht.'
Je kon ook niet bij je raam blijven staan want ze schoten er zo door heen.
Ze schoten echt op de mensen hoor. Ze schoten bewust op de mensen. Die mensen gooiden toen
met stenen en alles wat ze op zolder hadden staan. Ze riepen: 'Moordenaars.'
Op de hoek van de Oranjestraat kon je jaren later nog de kogelgaten zien zitten.
Ik zag een man wegrennen op de Palmgracht, bij de hoek van de Brouwersgracht.
Die is daar gewoon doodgeschoten. Zo ging dat met die steunrellen. Dat hou je je leven
lang bij je. Dat vergeet je nooit.
We hebben thuis eigenlijk nooit geen honger gehad. Maar welstand hebben wij nooit gekend.
Iets buitenissigs kon je niet kopen. Wat je had dat had je.
Mijn vader had gevaren. In 1926 werd hij afgekeurd, want hij kon dat werk niet meer aan.
We kregen geen steun want hij kreeg al f 3,60 per week. Mijn broers werkten, dus er kwam
wat bij. Maar in 1936 waren al mijn broers ontslagen. Zij kregen geen geld omdat ze nog
bij hun ouders in huis waren. Dan nam mijn moeder maar weer wat werk d'rbij om genoeg
eten te kunnen kopen.
Mijn moeder werkte altijd. Je kan haast wel zeggen dag en nacht. In het postkantoor
bij het station was ze werkster. 's Morgens 6 uur beginnen tot een uur of 12, en dan
weer van 4 uur 's middag tot 8 's avonds. Naderhand nam ze er nog 2 scholen bij.
Toen ik in de derde klas zat, zei mijn moeder: 'Je kan op de woensdagmiddag best
meegaan om effe te helpen.' Het was wel licht werk - soppen - maar het moest wel.
Verdwaalde kogel van de vrede
Hoe de instructies luidden die de politie, militairen en marrechausses kregen, hebben
wij nog niet kunnen achterhalen. Zeker is wel dat in officiële verklaringen het
'gericht schieten' werd ontkent. Zij die door een kogel waren geraakt of gedood, waren het
slachtoffer van een 'verdwaalde kogel'. In de Jordaan wist men beter.
Zonder uitzonderingen vertelden de ooggetuigen die wij spraken dat er tijdens het oproer
gericht op de mensen werd geschoten. Voor de bewoners van de Jordaan waren die julidagen
in 1934 dramatisch, in hun wijk heerste oorlog. Er vielen 6 doden, waarvan één in de Spaarndammerbuurt,
en tientallen gewonden.
In zijn gedichtenbundel apocrief / de analphabetische naam (1952) vertolkte Lucebert
de gebeurtenissen tijdens het Jordaanoproer met de regel:
de verdwaalde kogel van de vrede.
Ooggetuigen en documenten
|
Hendrik Johannes van der Valk
(7 oktober 1916 - 6 juli 1934)
| |
Hendrik Johannes van der Valk (geboren 7 oktober 1916) ging op 6 juli met een vriend kijken naar de gebeurtenissen
in de Jordaan. Hij werd dood geschoten.
Len Castelein, een dochter van de zus van Henk van der Valk, nam in 2009 contact met ons op
en gaf het Jordaanmuseum de foto van haar oom.
Stichting Jordaanmuseum blijft zoeken naar foto's van mensen die bij het oproer zijn omgekomen
of gewond zijn geraakt. Onder andere van een meisje dat destijds op Tuinstraat 79 woonde en in
haar been werd geschoten; bewoners van Tuinstraat 228 en 230; een oude vrouw die in de
Slootstraat door twee kogels werd getroffen.
|
|
Van de volgende slachtoffers worden ook foto's gezocht:
Arie Albertus Boomsma (11 februari 1907 - 5 juli 1934)
Joh. A. Gerressen (15 februari 1907 - 5 juli 1934), machinebankwerker,
wonende Marnixstraat 153, 1-hoog
C. Hogendoorn (21 februari 1852 -5 juli 1934), wonend: Zaandammerplein
Er waren nog twee slachtoffers, wier identiteit ons nog niet bekend is.
Stichting Jordaanmuseum wil herinneringen aan hen vastleggen.
De stichting is al in contact gekomen met mensen die spullen uit die tijd hebben: een fietsplaatjes
met en zonder gaatjes erin. Gezocht worden nog een steunsok waarin een rode draad is geweven,
een stempelboekje, brieven, foto's, etc.
Herdenkingsprogramma
4 juli 2009 was het 75 jaar geleden dat het Jordaanoproer plaatsvond.
Daarom projecteerde Stichting Jordaanmuseum die avond vanaf 21.30 uur
in de openlucht foto's van het oproer.
Jordaanbewoners lazen teksten van ooggetuigenverslagen voor.
In Wijkkrant Jordaan & Gouden Reael was een oproep geplaatst: Ook u kunt teksten,
die u belangrijk vindt, naar ons mailen of opsturen.
Daarnaast waren vanaf 4 juli t/m 4 augustus achter een raam van café Hegeraad foto's van
de gebeurtenissen te zien.
De monitor was beschikbaar gesteld door:
De Anjelier, Anjeliersstraat 10 t/m 14
al 90 jaar leverancier van elektronische apparaten

Foto: Mieke Krijger.

Foto: Nellie Stapelvoort.
De teksten van de ooggetuigenverslagen werden voorgelezen door Jordaanbewoners.
De interviews waren gemaakt door Mieke Krijger.
|

Bernard Frank houdt toespraak en leest een
ooggetuigenverslag
Foto: Nellie Stapelvoort.
| |

Foto: Nellie Stapelvoort.
|
|

Foto: Nellie Stapelvoort.
De fotopresentatie Jordaanoproer 1934
is gemaakt door Stichting Jordaanmuseum en
tot stand gekomen dankzij financiële bijdragen van:
Prins Bernardfonds
Stadsdeel Amsterdam-Centrum
Donateurs
Neem contact op
020 - 624 46 95
info@jordaanmuseum.nl
Het Jordaanoproer is opgenomen in de Amsterdamse Canon
© Mieke Krijger/ Stichting Jordaanmuseum.
Een eerdere versie van dit artikel is gepubliceerd in:
Wijkkrant Jordaan & Gouden Reael, 2009, nr. 4.