In de pers



'Huizen van verzet'. Op: Website Comite 4 & 5 mei Amsterdam , 5 mei 2013
'Open Joodse Huizen'. Op: Website Comite 4 & 5 mei Amsterdam , 4 mei 2013

'De meest bezongen buurt van Amsterdam: De Jordaan'. In: Gazet van Antwerpen , 13 april 2013
Maand van de Geschiedenis, oktober 2012
'Jordanese activiteiten in Jordaanmuseum tijdens Maand van de Geschiedenis'. In: De Oud Amsterdammer, 16 oktober 2012


Recensies tentoonstelling De Jordaancultuur
'Jordanese dienstbodes'. In: Ons Amsterdam, november/december 2012, p. 463
'Jordaanmuseum: kijken en wandelen in de Jordaan'. Op website: Gemeente Amsterdam. STADSPAS, november 2011
'De Jordaan: dat zijn mensen'. Op website: I Amsterdam, augustus 2011
'Tentoonstelling De Jordaancultuur'. In: Weekblad De Echo, 8 augustus 2011
'De Jordaancultuur. Tentoonstelling'. Website van Amsterdams Uitburo
'Tentoonstelling De Jordaancultuur'. In: Almere deze week, 22 juni 2011
'Tentoonstelling De Jordaancultuur verlengd'. In: Wijkkrant Jordaan & Gouden Reael, 2011 - 2
'Jordaancultuur'. In: Ons Amsterdam, februari 2011
'Expositie De Jordaancultuur'. In: Weekblad De Echo, 27 januari 2011
'Tentoonstelling de Jordaancultuur'. In: Stadsdeel Nieuws, week 43, 2010
'Jordaanverhalen over drama's en over dans'. In: Het Parool, 8 maart 2010
'Jordaancultuur komt tot leven'. In: Weekblad De Echo, 17 maart 2010
'Project Jordaanmuseum in vernieuwde Rietvinck'. In: Wijkkrant Jordaan & Gouden Reael, 17 maart 2010


Paul Damen over theaters in de Jordaan, in het bijzonder het Edisontheater Elandsgracht 92-94 en het Nassautheater Lijnbaansgracht
'Paleizen van Heintje Davids en de stomme film. Buurt wil geen goedkoop hotelletje'. In: Het Parool, 26 november 2011, p. 28
Idem: p. 29


Bert van de Roemer: 'Het geheugen van de buurt: musea, archieven, websites'

In: Amstelodamum, juli-september 2010

Het fragment uit de tekst betreffende het Jordaanmuseum

... De Stichting Jordaanmuseum is iets minder goed bedeeld en is nog naarstig op zoek naar vaste locatie. De doelstelling van de stichting luidt 'het oprichten en in stand houden van een museum, dat ruimte biedt om het culturele erfgoed van de unieke Amsterdamse wijk te bestuderen, te documenteren, te archiveren en tentoon te stellen'. Net als bij de museumwoning in Tuindorp Oostzaan, was bedreigd cultureel erfgoed aanleiding tot dit initiatief. 'In 2001 werd het ensemble Pottenbakkersgang in de Westerstraat afgebroken', legt voorzitter en cultuurhistoricus Mieke Krijger uit. 'Een belangrijk onderdeel van dat ensemble was een karakteristieke gang waar inpandige ambachtswoningen op uitkwamen. De stedenbouwkundige structuur ervan was gebaseerd op het bebouwingspatroon uit de zeventiende eeuw. Buurtbewoners hadden zich ingezet voor het behoud ervan, gaven rondleidingen en maakten plannen voor een museum in dit ensemble. Het ensemble werd echter afgebroken en ligt nu in containers opgeslagen bij het Openluchtmuseum in Arnhem. Het plan is om het daar te reconstrueren, maar het zou mooier zijn als het herbouwd zou kunnen worden op het bolwerk Nieuwkerk aan het eind van de Elandsgracht.
Met de afbraak van het ensemble Pottenbakkersgang werd een gat geslagen in de cultuurgeschiedenis van de Jordaan. Men werd zich bewust van de noodzaak om zich te ontfermen over het materiŽle en immateriŽle erfgoed van de Jordaan. Daarom richtte Mieke Krijger in 2007 de Stichting Jordaanmuseum op. Samen met een groep medestanders zet zij zich vol overgave in voor de oprichting van een Jordaanmuseum. Het museum i.o. beheert nu meer dan vijfhonderd objecten, variŽrend van sierporselein tot oude liedbladen van straatzangers. Krijger benadrukt dat het zwaartepunt in het verzamelbeleid nu ligt bij de orale cultuur. In depots van het Stadsarchief, NTI, Beeld en Geluid, AHM en tal van andere instellingen ligt ontzettend veel materiaal dat een verhaal kan vertellen over de Jordaan. Ook de verhalen van Jordaners zelf, hun documenten en foto's, zijn van belang. Het is relevant te weten wie of wat op de oude foto's staat. Objecten zijn geen doel op zich, het zijn dragers van verhalen en betekenissen. Mieke Krijger interviewde in de jaren tachtig Jordaners die rond 1900 geboren waren, ťn nog in de voor de Jordaan zo kenmerkende orale- en zangcultuur leefden. Daaruit ontstond een uniek archief, want zulke getuigenissen over het leven in de Jordaan werden indertijd niet systematisch verzameld.
Als een van de kenmerken van buurtmusea werd aan het begin van dit artikel genoemd, dat deze zich vooral richten op de wijk waarin zij zijn ontstaan. Dit criterium is voor het Jordaanmuseum te beperkt. De invloed en het belang van de Jordaan reiken verder dan de grenzen van de wijk. Artiesten uit de Jordaan betraden internationale podia. Dat de UNESCO-status aan de grachtengordel kůn worden toegekend, is grotendeels de verdienste van de ambachtslieden die zich rond 1614 in de Jordaan hadden gevestigd. Zij hebben de grachtengordel aangelegd en de huizen aan de grachten gebouwd en ingericht. In het Jordaanmuseum kan men dus een internationaal publiek verwachten. Een Jordaanmuseum zou een mooie aanvulling zijn op het museale aanbod van de stad Amsterdam. De Stichting Jordaanmuseum heeft tot op heden jaarlijks een 'tentoonstelling op locatie' georganiseerd. Tot 8 maart 2011 is de expositie De Jordaancultuur te zien in Woonzorgcentrum De Rietvinck, Vinkenstraat 185. Deze kan worden beschouwd als een opstap naar het beoogde eigen museum...





Reformatorisch Dagblad, 10 juli 2009




Echo, 29 juli 2009




Het Parool, 20 juli 2009




Jordaan is parel die museum verdient

De Jordaan heeft zo'n bijzondere geschiedenis dat een speciaal Jordaanmuseum er nu eindelijk moet komen.
Dat vinden oude en nieuwe bewoners.

Een documentaire van Annette Posthumus voor Artisjok.
Artisjok is een programma over kunst en cultuur in Amsterdam van AT5 en wordt gemaakt in samenwerking met De Volkskrant tv.
Uitgezonden op donderdag 25 oktober & zondag 28 oktober

Om de documentaire te bekijken klik: Artisjok


Historie van om de hoek doet het goed

Het zit in de lucht: het buurtmuseum. Het is ongetwijfeld een gevolg van de toenemende belangstelling voor de eigen geschiedenis en het zoeken naar identiteit. En minister Ellen Vogelaar zal er blij mee zijn: buurtmusea kunnen wellicht het buurtgevoel verstevigen.

Ex-psychiater Henk Ras opent in een voormalig badhuis in Vogeldorp volgend jaar zijn Noordmuseum, met een tentoonstelling over winkels in de buurt. Mieke Krijger is al jaren met een groepje bezig voor haar Jordaanmuseum. Er is al een zeer aardige website in de lucht, de groep is actief met (ex-)Jordaanbewoners die de geschiedenis van hun eigen panden en hun eigen omgeving in kaart brengen - maar het verlangen bestaat naar een echt, fysiek museum. Krijger heeft al een pand op het oog, maar waar dat staat, laat ze nog even in het midden tot er wat meer zicht is op de subsidie. Die is aangevraagd: bij het stadsdeel en in het kader van het kunstenplan 2009-2012.
En ten slotte zijn Henno Eggenkamp en de zijnen bezig met een Bijlmermuseum, bij voorkeur te vestigen in de collectieve ruimte van Grubbehoeve. Woningbouwvereniging Rochdale heeft belangstelling, al was het maar, zegt Eggenkamp, "om een deel te kunnen gebruiken als showroom voor de nieuwbouw." Ook hij heeft het stadsdeel benaderd en hij praat met de Triodosbank. Eggenkamp hoopt in november 2008 een eerste ruimte te kunnen betrekken "als uitgangspunt voor de wandelingen die al georganiseerd worden." Wat hem betreft een eenvoudig onderkomen, met foto's van de geschiedenis van de Bijlmer en degelijke.
Alice Roegholt is coŲrdinatrice van Het Schip, het museum waarin de Amsterdamse School centraal staat in een prachtig pand aan het Spaarndammerplantsoen. Haar museum is geen buurtmuseum, benadrukt ze. Maar enige overeenkomsten zijn er wel: kleinschaligheid en de afhankelijkheid van onbetaalde krachten. Is dat laatste geen probleem? "Nee, dat gaat prima" Hoe dan ook, Het Schip is een voorbeeld van een klein museum dat, mede dankzij subsidie van de woningbouwverenigingen, aanslaat.
"Maar Alice Roegholt is dan ook een onvermoeibare kampioen. Zo iemand moet je in ieder geval hebben," zegt Stephen Hodes. Hij is adviseur bij LAgroup, een bureau dat zich richt op cultuur en vrije tijd. Hij zat regelmatig met Roegholt aan tafel en heeft zich in het Jor-daanmuseum verdiept. Naast een hoogst bevlogen figuur heb je, vindt hij, vooral ook veel realiteitszin nodig. "Klein beginnen, risico's beperken."
Hij denkt dat er plaats is voor hooguit twee of drie buurtmusea in de stad. "Het moet ook staan in een aansprekende omgeving, anders trek je onvoldoende publiek." Over Noord klinkt hij niet erg optimistisch: "Mij is niet helemaal duidelijk wat men daar voor ogen staat." De Jordaan heeft veel mee, de Bijlmer minder. "Je zult daar met een buitengewoon interessant concept moeten komen. En betrek er vooral ook visionaire lieden van buiten de Bijlmer bij. De bezoekers moeten ook grotendeels van buiten komen."
Professionaliteit is voorwaarde, en daarom vindt hij de rol van het Amsterdams Historisch Museum essentieel. "Buurtmusea zouden een soort satellieten van het AHM moeten zijn." Maar directrice Pauline Kruseman voelt daar vooralsnog niets voor. "Wij steunen dergelijke plannen met onze kennis, zijn tot veel bereid, ook tot bruikleen, maar voor satellieten voel ik niets. Ik heb hier een paar belangrijke zaken te doen voor ik vertrek in 2008. Die hebben prioriteit. Maar ik neem aan dat mijn opvolger deze initiatiefnemers bij aantreden op de stoep aantreft."

PAUL ARNOLDUSSEN, Amsterdam, maandag 12 november 2007
Copyright: Het Parool


Het is tijd voor een Jordaanmuseum

Sinds enige tijd ijvert de Stichting Jordaanmuseum voor een museum. Voordat onthuld wordt welk pand de stichting op het oog heeft, wil men toezeggingen over subsidies. De stichting beschikt over een indrukwekkend comitť van aanbeveling, met veel museumdirecteuren.

De Jordaan is de bekendste en in elk geval vaakst bezongen buurt van Nederland. De stichting vindt dat de eigenzinnige en veelzijdige geschiedenis van deze buurt toegankelijk gemaakt moet worden. Het is de bedoeling de geschiedenis van de Jordaan - te beginnen met de stichting van het Karthuizersklooster in 1392 - aan de hand van tentoonstellingen te schetsen, met aandacht voor onder meer het Palingoproer (1886) het Aardappeloproer (1917) en het Jordaanoproer (1934). Ook zijn tijdelijke tentoonstellingen mogelijk, bijvoorbeeld over Opera Pietje of Manke Nelis.
De plannen voor het museum stammen al van eind vorige eeuw. De in 2002 overleden Jacoba Bedaux, die in het inmiddelos gesloopte ensemble Pottenbakkersgang in de Westerstraat woonde, was er al mee bezig. "Er moet geld komen en dus bewandelen we zo veel mogelijk wegen om dit museum op te richten,"zegt cultuurhistorica Mieke Krijger, voorzitter van Stichting Jordaanmuseum. De stichting heeft net bij stadsdeel Centrum zeventienduizend euro per jaar subsidie aangevraagd, maar dat is maar een schijntje van het bedrag dat nodig is om iets van het museum terecht te laten komwen. Ook de gemeente en het rijk zullen met geld over de brug moeten komen.
De stichting heeft veel moeite gedaan om uit te zoeken bij wie zij in eerste instantie voor het museum moeten zijn: stadsdeel Centrum of de Gemeente Amsterdam. Dat was nog niet zo eenvoudig, maar het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum heeft de deelraad toegezegd dat het goed naar de plannen en het subsidieverzoek zal kijken.
Onder auspiciŽn van Stichting Jordaanmuseum is het ook de bedoeling een vereniging van Jordaanonderzoekers op te richten. Volgens Krijger maken veel Jordaanbewoners een studie van hun huis. Krijger: "Deze gegevens kunnen van onschatbare waarde zijn voor de geschiedschrijving van de Jordaan." Krijger wil geen verschil maken tussen oude en nieuwe Jordanezen. De stichting vindt het gedoe over yuppen versus oorspronkelijke bewoners een vertroebeld beeld geven. Krijger, zelf import-Jordanese: "ER zijn ook nieuwkomers die waanzinnig geÔnteresseerd zijn."

Edith Andriesse
Het Parool, 18 oktober 2007


Gewone Jordanese hamer als museumstuk

CENTRUM - Een gewone hamer.
Niks bijzonders, maar als het gereedschap gebruikt werd door een Jordanese timmerman, krijgt het misschien wel een plekje in het Jordaanmuseum. Maar eerst moet er een pand gevonden worden.

'Te vaak wordt er aandacht besteed aan alle weelde en franje in de Gouden Eeuw,' vertelt Mieke Krijger, voorzitter van de Stichting Jordaanmuseum. 'Dat was natuurlijk ook prachtig, maar die gouden tijd had ook een schaduwkant. Al die pracht werd gemaakt door gewone handwerkers, waarvan een groot gedeelte in de Jordaan woonde. Vaak in bittere armoede. Daar moet het over gaan in het Jordaanmuseum, over het leven van de gewone Jordanezen.'
Maar het verzamelen van mooie en leuke museumstukken kan nog niet beginnen. Eerst moet een pand gevonden worden. 'We moeten het materiaal natuurlijk ergens kwijt kunnen,' zegt Krijger.
Daarom stuurt de stichting binnenkort een brief naar de gemeenteraad en naar de stadsdeelraad. Krijger: 'We hopen ook dat we de burgemeester er over kunnen spreken.'
De stichting heeft inmiddels wel een nieuwe website, www.jordaanmuseum.nl. Ook kunnen mensen zich intekenen voor de workshop Jordaanverleden, waarin cursisten in twaalf lessen een helder beeld krijgen van de oude wijk en zijn bewoners. Die workshop kost 97,50 euro. Stadspassers krijgen 30 euro korting.
Krijger: 'En voor wie het echt niet kan betalen, daar valt denk ik wel iets voor te regelen.' Zo gaat dat in de Jordaan.

© Amsterdams Stadsblad woensdag, 22 augustus 2007


Een museum voor de Jordaan

door Nicole Wijnjeterp
JORDAAN - ,,De oprichting van een Jordaanmuseum is veel belangrijker voor de Jordaan dan de vraag of er een gracht opengegraven moet worden", zegt Mieke Krijger van Stichting Jordaanmuseum. Het museum is er nog niet, maar daarop vooruitlopend geeft de stichting de workshop Jordaanverleden in samenwerking met het Stadsarchief Amsterdam en Stichting Welzijn Binnenstad.

Mieke Krijger vertelt vol enthousiasme over de buurt waarin ze al dertig jaar woont en werkt. ,,Ondanks de ellende hebben de Jordanezen een zeer humoristische cultuur ontwikkeld. Het is de meest merkwaardige en authentieke buurt van Amsterdam." In de vorige eeuw was de Jordaan een van de armste buurten in Amsterdam, maar toch wisten de Jordanezen er het beste van te maken met hun specifieke gevoel voor humor en liedcultuur. ,,De workshop Jordaan-verleden is een initiatief van de Stichting Jordaanmuseum om geÔnteresseerden een handje te helpen met een goede introductiecursus over het onderzoeken van de Jordaancultuur."

De allerarmsten, de dagloners, woonden in de stegen, ook wel gangen genaamd. Een van de schrikbarendste voorbeelden was de Wijde Gang aan de Willemsstraat. 'Het Gangenproject; Kunst in de Willemsstraat' - naar een idee van Mieke Krijger - is een plan om de structuur van de gangen te projecteren op de trottoirs (schaal van 1 : 10). De opkomst van de sociaal-democratie rond 1850 zorgde onder meer voor betere huisvesting. Dit resulteerde in de Amsterdamse School, paleizen voor de arbeiders, het voornaamste thema van Museum Het Schip in de Spaardammerbuurt.

,,Bij de workshop is het in principe de bedoeling dat de deelnemers een opdracht krijgen waarin de woongeschiedenis centraal staat. Echte Jordanezen hebben de gangen in hun culturele bagage, via overlevering is deze informatie meegekomen. De deelnemers van de cursus kunnen aan de hand van gegevens uit het archief deze verhalen kracht bij zetten." De resultaten van de workshop worden gebruikt voor een presentatie tijdens de afsluitende bijeenkomst op 3 december. Met het verzamelde materiaal wordt een beeld gecreŽerd van de mensen die in de Jordaan woonden.
,,Een museum is een goede manier om met de Jordaancultuur om te gaan. Veel mensen doen in het Stadsarchief onderzoek naar panden en families. Het zou interessant zijn als zij met elkaar ervaringen uitwisselden. We hopen een Vereniging van Jordaanonderzoekers op te richten die het museum helpt met onderzoek." De plannen voor een Jordaanmuseum werden ontwikkeld ten tijde van de strijd om het behoud van het ensemble Pottenbakkers-gang in de Westerstraat. Het museum moet een historisch overzicht van de Jordaan geven. Het Jordaanlied, revue, cabaret en het werk van artiesten zouden er een plaats kunnen krijgen. Ook de verteltraditie, zoals de begrafenis van Manke Nelis die is na te lezen in Jacques KlŲters' boek 'Bij ons in de Jordaan'.
Half september wordt de nota over de oprichting van het Jordaanmuseum ingediend bij Stadsdeel Amsterdam-Centrum en de Gemeente Amsterdam.

© Echo woensdag, 29 augustus 2007


'Goeie ouwe Jordaan' bewaren in museum

Busladingen uit Almere komen naar exposities

door Jarco de Swart
AMSTERDAM, dinsdag Door de veryupping van de Jordaan en de volksverhuizing van vele oud-Jordanezen naar randgemeenten als Almere, dreigt de geschiedenis van Amsterdams beroemdste volksbuurt verloren te gaan. Reden genoeg voor Jordaan-bewoonster Mieke Krijger om zich in te zetten voor een echt Jordaanmuseum.

"Krankzinnig, echt onbegrijpelijk", noemt Krijger het feit dat er nog steeds geen museum over de Jordaan bestaat. "Terwijl er echt busladingen oud-Jordanezen uit Almere komen kijken als er ergens een tentoonstelling over hun oude buurt is."
Krijger blies samen met anderen eind vorig jaar het oude idee van een museum over de volkswijk nieuw leven in. "Nu de bevolking van de Jordaan verandert en veel Jordanezen vertrekken, is het belangrijk de geschiedenis van de wijk vast te leggen en te bewaren", meent Krijger. Ook de nazaten van oud-buurtbewoners, die van hun ouders en grootouders horen hoe het er vroeger was, zijn volgens haar bijzonder geÔnteresseerd.

Wortels
"De Jordaan veryupt nu en ik heb natuurlijk niks tegen mensen met een hoge opleiding en meer geld, maar de wortels van de Jordaan mogen hierdoor nooit overwoekerd worden", zegt Krijger. Zo'n museum kan van groot belang zijn voor het culturele aanzien en de economie van de Jordaan, meent Krijger. "En dat is zelfs belangrijker dan het uitgraven van welke gracht dan ook."
In het museum, zo ziet Krijger het voor zich, moet je kunnen ervaren hoe het vroeger was, om met tien mensen op twintig vierkante meter in een vochtige kelderwoning te wonen. Of met honderd mensen op ťťn trappenhuis. "Die trappenhuizen waren al gehuchten op zich. Daarom kon het in de Jordaan zo zijn dat de ene straat en de andere werden gezien als compleet verschillende buurten."
Ook voor de typische Jordanese muziek, poŽzie en liedcultuur wil Krijger een plek in het museum. "Iemand als Johnny Meijer speelde accordeon op internationaal topniveau. De schrijver Lucebert, ook uit de Jordaan, wordt tot ver over de landsgrenzen gelezen.

Dialecten
En de Amsterdamse schrijver IsraŽl Querido, die jarenlang in het noordelijke deel van de Jordaan woonde, heeft misschien wel het meest complete overzicht van Jordaan-dialecten gemaakt."
Krijgers voorbeeld in het starten van een buurtmuseum is conservator Alice Roegholt van museum Het Schip in de Spaarndammerbuurt. Krijger ziet zelfs samenwerking voor zich met het museum in het wereldberoemde gebouw in de stijl van de Amsterdamse School. "Dat zijn de woningen waarin de arme Amsterdamse arbeiders uit de binnenstad mooier en ruimer zouden gaan wonen."

Positief
Het enige wat nog ontbreekt voor een echt museum, weet ook Krijger, is een gebouw on het in te huisvesten. Daarom heeft zij stadsdeel Centrum gevraagd 'alles in het werk te stellen een gebouw te vinden'
Een woordvoerster van verantwoordelijk stadsdeelwethouder Els Iping (PvdA) laat weten dat Iping 'positief staat' tegenover het idee van Krijger. Centrum wil dan ook bekijken of er plek is voor het museum in een van de gebouwen van het stadsdeel.

Jarco de Swart
Gepubliceerd in De Telegraaf, dinsdag 24 mei 2005


In Lucebert klinkt de oude Jordaan

Elke tweede zondag van de maand leidt Mieke Krijger een literair-historische wandeling door de Jordaan. De wandeling voert onder meer door de Pottenbakkersgang, het oudste wooncomplex van de Jordaan dat op de nominatie staat te worden gesloopt.

Tussen de huisnummers 216 en 226 bevindt zich een smalle, afgesloten steeg. Met het ontsluiten van de steeg onthult Krijger het geheim achter het ontbreken van vier even nummers aan de Westerstraat. Aarzelend betreedt het groepje wandelaars het laatste restant sloppenwijk die de Jordaan ooit was. Piepkleine woninkjes zonder stromend water, met vensters die amper licht toelaten en op 'gangen' uitkijken. Hier woonden grote gezinnen, dicht opeen.
"Stel je voor hoe het hier geroken moet hebben. De mensen hadden toch al een ander idee van hygiŽne en dan ontbrak het ook nog aan een toilet." Mieke Krijger troont haar wandelaars mee in de bouwval die de nummers 218-224 herbergt. Ze wijst op de steile trap, eerder een ladder. "Daar strompelde pa naar boven, niet zelden flink beneveld. En 's ochtends bracht moeder de emmer stront naar beneden, wat wel eens misging."
Heimwee naar vroeger hoeft niet maar voor Krijger staat vast: "Dit moet bewaard blijven, om te zien hoe men vroeger leefde." Een vrome wens, die misschien uitkomt maar niet in de Jordaan. Het complex wordt gesloopt, en wellicht deels herbouwd in het Arnhems Openluchtmuseum.
"Eeuwig zonde," oordeelt Krijger. "We bevinden ons hier in vermoedelijk het oudste woonhuis van de Jordaan. De structuur is nog helemaal in tact, zoals het er begin zeventiende eeuw uitzag." In de Jordaan wemelde het van de zogeheten 'forten'. Bekend is het Fort van Sjako (Elandsgracht), vernoemd naar de roemruchte zeventiende eeuwse misdadiger Jacob Muller, bijgenaamd Sjakoo.
Forten waren panden die labyrinten van minuscule woninkjes herbergden. Tussen de woninkjes bevonden zich gangen, zoals de Pottenbakkersgang. Voor een crimineel als Sjakoo perfecte vluchtwegen. "Lubertus Jacobus Swaanswijk woonde hier om de hoek aan de Lijnbaansgracht. Hij was lid van de Westerstraatbende waar ook Johnny Kraaykamp toe behoorde. Ze haalden kattenkwaad uit en inspireerden elkaar. Swaanwijk genoot bovendien de bescherming van zijn leraren, bevlogen mensen die kinderen uit de Jordaan de kans boden de armoe te ontvluchten."
Swaanswijk werd als Lucebert een internationaal vermaard Cobra-schilder en dichter, vlaggendrager van de Vijftigers. Krijger: "In zijn werk proef je de sfeer van de Pottenbakkersgang. Wanneer hij het over 'de verdwaalde kogel van de vrede' heeft, doelt Lucebert op het hongeroproer. De oorlog begint in 1940 maar tijdens de voorafgaande jaren van 'vrede' werd door het leger al op mensen geschoten."
Lucebert (1924-1994) dicht: 'In haar stem soebatten de misdeelde soepspatten van de winter' (uit Inventaris). Krijger: "Je hoort de mopperende vrouwen die de aanzet gaven tot het aardappeloproer."

Uit: Amsterdams Stadsblad, 12 juni 2002