Aardappeloproer

Monument voor een Dansenkater

Het oproer begon in de Noord-Jordaan

Het ontwerp voor het monument
Op 27 oktober 2018, de dag dat Amsterdam haar verjaardag vierde, presenteerde het Jordaanmuseum een film en het plan voor een herdenkingsmonument ter herinnering aan de vrouwen die tijdens de Eerste Wereldoorlog in opstand kwamen tegen de honger en ellende.
 

Kee Spek staat model voor het ontwerp van het monument, omdat zij een organiserende rol had tijdens Het Aardappeloproer in 1917, evenals andere vrouwen in de Noord-Jordaan. Naar verluidt staan rechts naast haar op de foto  (zie onze Homepage) 3 vrouwen van de familie  Roelofs uit de Willemsstraat.

De muur waarop het plan is geprojecteerd is de achterzijde van het pand Brouwersgracht 139. Een toepasselijkere plek is niet denkbaar omdat Kee Spek het grootste deel van haar leven in panden aan de kop van de Willemsstraat woonde.
Kee Spek is een bijnaam. Haar werkelijke naam, Keetje Mieghout-Hulsman (1839-1923), ontdekte Vib van Dalen op basis van gegevens die Mieke Krijger vanaf ca 1985 verzamelde. 

Sterke en standvastige vrouwen
De vrouwen die rond 1900 opgroeiden waren onverzettelijk. Zij groeiden op in een vrijwel rechteloze tijd. De Leerplichtwet en Woningwet werden pas in 1901 ingevoerd. Zonder sociaal recht moest men zich door het leven slaan. Wilden deze vrouwen overleven, dan móesten zij werken. Velen waren thuiswerkers, ventten langs de weg, hadden een winkel of een marktkraam.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog stonden veel vrouwen er alleen voor. Ook in Nederland waren de mannen gemobiliseerd, om de landsgrenzen te verdedigen en om voedselvoorraden te bewaken. Des te schaarser het voedsel werd des te meer kwamen vrouwen in opstand en des te meer militairen werden naar Amsterdam gestuurd. Amsterdam werd een belegerde stad. De militairen werden ingezet tegen de eigen bevolking. Er vielen ca 10 doden.
Als gevolg van ondervoeding stierven velen ten gevolge van ziektes als tuberculoze en de Spaanse Griep.

Film, ca 30 min
Dansenkater. Aardappeloproer 1917, fragmenten en herinneringen.

Vier getuigen van het oproer, gefilmd ca 1985, vertellen over de  leefomstandigheden tijdens de Eerste Wereldoorlog, de gezinnen waarin zij opgroeiden, en het verzet van vrouwen tegen het gebrek aan eten.  Dansenkater blijkt een eretitel te zijn die werd toegekend aan vrouwen die graag en temperamentvol dansten en die opkwamen voor hun kinderen en de buurt.
In de film worden straatliederen gezongen waarin de door de regering georganiseerde distributie van levensmiddelen wordt gehekeld – liedjes die velen ca 1985 nog konden zingen.

Schuiten in de Prinsengracht, ten westen van de Prinsenbrug. Op de kade bewoners van de Jordaan. Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad/Het Leven/Fotograaf onbekend

Het begin van het oproer
Donderdag 28 juli in het jaar 1917 was de hemel helder. De zon zou  die dag 8 uur schijnen bij een temperatuur van ca 24 C. Een lichte wind waaide uit het zuid-oosten toen  vrouwen uit de Noord-Jordaan afstapten op de pakhuizen aan de Brouwersgracht en Prinsengracht. Zij eisten van de eigenaren die te mogen inspecteren op de aanwezigheid van voedselvoorraden. Veel handelaren hielden het voedsel vast, om schaarste te creëren en zo de prijzen op te drijven (speculatieve prijsopdrijving). Tegen de middag vonden de vrouwen aan de Prinsengracht een schuit vol met aardappelen, onbewaakt  in de stralende zon.

Foto Collectie Stadsarchief
Tekening gemaakt door een soldaat op de zolder, Lauriergracht 116. Opschrift: "Niet schieten, jongens". Gedateerd 5 juli 1917, de dag dat militairen op het Haarlemmerplein het bevel kregen op demonstrerende Hembrugarbeiders te schieten

Staat van beleg
In Amsterdam was een “staat van beleg” afgekondigd. De Oranje Nassaukazerne zat vol militairen. Daarnaast had de overheid gebouwen gevorderd waarin militairen werden ondergebracht:  Het Paleis van Volksvlijt, het Concertgebouw, Frascati, etc.  Gevorderd waren ook loodsen op de Appeltjes en Groentemarkt aan de Marnixstraat, tussen de Elandsgracht en Rozengracht. Ook in politiebureau’s, zoals het pand Lauriergracht 116-118, waren militairen ondergebracht. 
Toen uit Amsterdam afkomstige militairen weigerde te schieten op de mensen en vervolgens ook Groningse militairen werden inderhaast militairen uit Haarlem gerequireerd en ondergebracht in een tentenkamp op het Museumplein. 
Hoeveel militairen er in totaal in de stad waren gelegerd zullen de vrouwen niet hebben overzien. Soldaten waren alom aanwezig: zij patrouilleerden in de volkswijken, begeleidden voedseltransporten, bewaakten winkels en voedselvoorraden. Met charges dreven zij groepen uit elkaar – er was een samenscholingsverbod. Volgens Jordanezen, die ooggetuigen waren en die Mieke Krijger rond 1985 interviewde,  waren de uit de provincie opgetrommelde militairen de grootste rauwdauwers, dat waren ‘heiknijers’. Meneer Lammers uit de Jordaan: ‘Wisten die veel wat er aan de hand was? Wisten die van die stadsideeën af, van wat de regering hun wijsgemaakt had?

Samenscholingsverbod
Onder leiding van onder meer Kee Spek en Bertha de Vries – De Hondt trokken de almaar aangroeiende menigte vrouwen naar de Prinsengracht. Op het gerucht ‘er liggen heerlijke aardappelen in de Prinsengracht’ kwamen honderden vrouwen en kinderen te voor schijn uit de sloppen van de Jordaan. De aardappelen in de schuiten waren echter bestemd voor de militairen. Die bestemming werd in een mum van tijd veranderd. Tweehonderd zakken van een halve mud wisten de vrouwen te veroveren.
(P.s. één mud is 100 liter, is ongeveer 70 kg aardappelen. Een halve mud is 35 kilo.)

Collectie Theater Instituut
Coll. Theater Instituut Nederland

Oorlogswinstmakers
Door speculatieve prijsopdrijving schraapten handelaren extra winst bij elkaar. Door voedselvoorraden vast te houden duwden zij de bevolking echter diep in de ellende. Die handelaren werden als Oorlogswinstmakers, OW-ers, bespot, door zangers op straat en in de 14 theaters die de Jordaan toen telde.

Lokale beroemdheden als Johan Siliakus en Willem Munnik, vertolkten de zorgen en ellende van de dag op het podium. Dit duo was destijds immens populair onder de namen van de figuren Mie en Ko die zij op toneel vertolkten. Mie en Ko waren de hoofdpersonen in de revues die Munnik schreef.
Het Nassautheater aan de Liijnbaansgracht was hun huistheater.

Aardappeloproer-Distributie gijn en pijn
D. Wouters publiceerde in 1940 een selectie van 30 liederen uit de vele die er langs de straten en op het podium werden gezongen. Posthumus de minister van voedsel-voorziening werd te kijk gezet met de door hem in omloop gebrachte bonkaarten. De collage is van een onbekende kunstenaar. Boek: collectie Jordaanmuseum.

Straatliederen
Het aantal straatliederen dat tijdens de Eerste wereldoorlog werd geschreven en gezongen is zo groot dat daarvan een kroniek van de Eerste Wereldoorlog gemaakt kan worden. Veel goede liederen zijn in de vergetelheid geraakt.
In Het wijnglas (1918) klaagde de schrijver Dirk Witte de verantwoordelijken aan voor de oorlog. Witte vergelijkt het cynisme van de decadentie tijdens staatsbanketten van politici en diplomaten met de hongerellende van het volk. 

Jean-Louis Pisuisse vertolkte het lied Het Wijnglas van Dirk Witte

Holland honger laten lijden, is een groot schandaal zingt 
Koos Speenhoff in Een brief van een koe aan haar man

Kunstenaars in verzet
Jan Sluyters, Piet Hem, en vele anderen maakten spotprenten. Op de voorpagina van De Nieuwe Amsterdammer stond elke week een litho waarop de gruwelijkheden en de waan van de oorlog werden gehekeld. De serie litho’s die zij maakten. Samen met de vele spotprenten en de (straat)liederen vormen zij een kroniek van de oorlog.

Publicaties
Mieke Krijger: ‘Het Boezelaarsoproer’. In: NRC-Handelsblad, 18 juni 1988.
Mieke Krijger: ‘Het Aardappeloproer in 1917’. In: Armamentaria. Jaarboek Legermuseum 2004/ 2005, p. 32-53. Themanummer ter gelegenheid van de tentoonstelling Verre van Vrede in het Legermuseum, 2004. 
Mieke Krijger: ‘Krijgt Koos een smoel? De uniformen van de militairen.’ In: Wijkkrant De Jordaan&GoudenReael, februari/ maart 2009

Het programma  op 27 oktober 2018, het plan voor het herdenkingsmonument en de try-out van de film werden mede mogelijk gemaakt door: 

2 juli 2017: 100 jaar Aardappeloproer

Ter herdenking van het Aardappeloproer werd op 2 juli 2017 de tentoonstelling De Jordaancultuur bezocht waar foto’s van dit oproer te zien zijn. Aansluitend wandelden wij langs de getoonde locaties werden de locaties bezocht Vervolgens werdne locaties en anderen waar het oproer plaatsvond. Aansluitend bij de wandeling werd een gratis concert bezocht.
Concert to End All Wars – 100 jaar Aardappeloproer
De Konrad Koselleck Big Band met Ellen ten Damme en Vincent Bijlo 
Tijden
 14.00 uur
Lokatie Amsterdam Museum – de Meisjes Binnenplaats

Koselleck’s Aardappeloproer-compositie is geïnspireerd op Jordaanse en Jiddische wijsjes, en ondersteunt de teksten en uitgesproken voordracht van Vincent Bijlo.
Konrad Koselleck: ‘Wij maken een koppeling van tekst en muziek in de traditie van Brecht en Weill’s Moritat van Mackie Messer – vol revolutionaire onrust en met een onheilspellende sfeer.’
Lees verder